Orgel Grote Kerk

De oudste gegevens over een pijporgel in de Grote Kerk dateren uit omstreeks 1900. Er werd een orgel gekocht bij de Rotterdamse orgelbouwer N.W. van Meggelen. In 1901 werd dit orgel opgeleverd, maar het heeft kennelijk nooit aan de verwachtingen voldaan.

banner08In 1908 werd dominee J.H. van der Wal predikant van onze gemeente. Drs. H.A. Visser schreef in zijn boek “Papendrecht, dorp aan de rivier”: “Deze predikant was zeer muzikaal; hij was een verdienstelijk violist, pianist en organist en het behoeft ons dan ook niet te verwonderen dat hij het was, die de kerk een nieuw orgel bezorgde. Zelf ging hij dit orgel in Beieren kopen”.

 

Het orgel is in 1923 geleverd door de bekende Duitse orgelbouwer G.F. Steinmeyer & Co te Oettingen – Nürnberg. Het orgel werd gebouwd volgens het in die tijd populaire pneumatische systeem; het kreeg een plaats op de gaanderij. In 1928 werd de kerk ingrijpend verbouwd en kwam het huidige kerkgebouw tot stand. Het orgel werd verplaatst van de gaanderij naar de huidige plaats boven de kansel.

 

Na ruim 30 jaar wekelijks te zijn gebruikt in de erediensten, werd restauratie noodzakelijk. Dit verliep niet zonder slag of stoot1 De Synodale orgelcommissie de Nederlands Hervormde Kerk werd om advies gevraagd. Omdat het romantische klankkarakter van het orgel en de pneumatische tractuur niet meer strookten met de nieuwe inzichten omtrent orgelbouw, werd geadviseerd om het orgel maar te slopen en een nieuw te kopen. Mede door de geweldige inzet van de toenmalige organist, de heer Jan Koppenol, kon dit worden voorkomen. Het orgel werd in 1958 gerestaureerd door de firma B. Pels en tevens werd de dispositie gewijzigd en uitgebreid.

 

De dispositie is nu als volgt:

 

Hoofdwerk C – g’’’

1. Prestant 8’ (Steinmeyer)
2. Concertfluit 8’ (Steinmeyer)
3. Octaaf 4’ (Steinmeyer)
4. Roerfluit 4’ (Pels)
5. Kwint 2 2/3 (Pels)
6. Octaaf 2’` (Pels)
7. Mixtuur 4 sterk (Steinmeyer)
8. Sesquilter 2 sterk (Pels)
9. Trompet 8’ (Steinmeyer)
I + II 16’ (Steinmeyer)
I + II (Steinmeyer)
I + II 4’ (Steinmeyer)
Melodiekoppel (Steinmeyer)
Tremulent I (Steinmeyer)
Zwelwerk C – g’’’ (Pels)
Alle stemmen uitgebreid tot g’’’’
10. Viool Prestant 8’ (Steinmeyer)
11. Salicionaal 8’ (Steinmeyer)
12. Celeste 8’ (Steinmeyer)
13. Gedekt 8’ (Steinmeyer)
14. Prestant 4‘ (Pels)
15. Dwarsfluit 4’ (Steinmeyer)
16. Nazard 2 2/3 (Steinmeyer)
17. Piccolo 2’ (Steinmeyer)
18. Scherp 3 – 4 sterk (Pels)
19. Dulciaan 8’ (Pels)
II + II 4’ (Steinmeyer)
Tremulent II (Steinmeyer)

 

Pedaal C – f’

 

20. Subbas 16’ (Steinmeyer)
21. Gedekt 8’ (Steinmeyer)
22. Octaafbas 8’ (Pels)
23. Koraalbas 4’ (Pels)
24. Fagot 16’ (Pels)
25. Trompet 8’ (Pels)
26. Klaroen 4’ (Pels)

 

Speelhulpen:

 

Vrije combinatie (Steinmeyer)
Crescendo rol (Steinmeyer)
Automatisch pedaal

 

Het orgel heeft 26 stemmen en telt 1744 sprekende pijpen.

 

Vooral door de aanzienlijk versterking van het pedaal kreeg het orgel een veel beter dragend vermogen. Na deze uitbreiding was het orgel ook uitstekend geschikt om concerten op te geven. Veel bekende organisten hebben met veel genoegen achter de klavieren plaats genomen in meer dan 100 concerten. Een zeer markante uitspraak van Klaas Jan Mulder uit Kampen, na een concert in 1978, was: “Dit orgel wordt nog eens beroemd”.

 

Op het eind van de jaren 70 werd opnieuw een restauratie noodzakelijk. Het is opmerkelijk dat de geschiedenis zich herhaalde; opnieuw kwam er een vernietigend advies van de Synodale Orgelcommissie. Het orgel dateerde “uit de vervaltijd van de orgelbouw” zo beweerde de commissie en kon daarom beter gesloopt worden. De heer Koppenol, die het orgel zo’n warm hart toedroeg, was inmiddels (1967) overleden.

 

De vier op dat moment dienstdoende organisten hebben echter de fakkel overgenomen en zich in een rapport aan de kerkvoogdij krachtig verzet tegen het advies om het orgel te slopen. Gelukkig was ook de kerkvoogdij ervan overtuigd, dat vervanging van ons bijzondere orgel ongewenst was en daarom werd er besloten het orgel voor de tweede keer grondig te restaureren; vooral was verbetering van de tractuur (overbrenging van toets naar pijp) een eerste vereiste. Deze tweede restauratie werd uitgevoerd door Pels & van Leeuwen B.V. uit ‘s-Hertogenbosch.

 

De verouderde pneumatische tractuur is vervangen door een nieuw elektrisch systeem.
De oude windladen zijn vervangen en de orgelkast omkleed met multiplex zodat de orgelklank veel beter gericht de kerk inkomt. De mooie dispositie en het klankkarakter van dit karakteristieke orgel werden gehandhaafd. Bovendien is er , in goede samenwerking met architect T.M. Bokhorst, een nieuw orgelfront gemaakt dat in stijl is met het karakter van het instrument en de architectuur van het kerkgebouw.

 

De orgeladviseur, de heer A. Fonteijn, schreef (september 1983) in zijn rapport: “De firma Pels & van Leeuwen B.V. te ‘s-Hertogenbosch verdient de hoogste lof voor de wijze waarop deze restauratie is uitgevoerd”. Tenslotte, het zal duidelijk zijn dat we, na de twee restauraties, niet meer van een Steinmeyer-orgel mogen spreken; de firma Pels & van Leeuwen heeft er een groot stempel op gedrukt. Eén ding is echter zeker; het “Steinmeyer/Pels orgel” heeft veel organisten en orgelliefhebbers weten te boeien en heeft zich een duidelijke plaats weten te verwerven in de orgelhistorie van ons land.