Ds. B. E. Weerd

Graag vertel ik iets meer over mijzelf, mijn gezin en mijn roeping. In 1973 werd ik geboren in Nunspeet en kreeg de roepnaam Bert. In Nunspeet heb ik mijn jeugd doorgebracht en op de lagere school gezeten. De middelbare school die ik bezocht, was het Lambert Franckens College in Elburg. Daar fietste ik elke dag naar toe vanuit Nunspeet. Diezelfde tocht maakte ook mijn vrouw Inge. Wij kennen elkaar dus al van de middelbare school. In mijn jeugd heb ik gekorfbald, dat is echt handig als je in Papendrecht woont. Op de lagere en middelbare school voelde ik me bij geloof en kerk betrokken. Op de middelbare school riep ik niet zo hard dat ik dominee wilde worden, maar het sluimerde wel. In 6 VWO was het duidelijk dat ik theologie wilde studeren aan de Universiteit Utrecht. Na een jaar op en neer gereisd te zijn, ging ik op kamers in Houten op een boerderij. Op de Theofarm heb ik een mooie tijd gehad.

 

Samen met de andere theologiestudenten die daar woonden (vandaar de naam), werd er over veel zaken doorgepraat. Natuurlijk over theologie maar ook over andere dingen. De studentenvereniging Voetius speelde in mijn vorming een belangrijke rol.

 

 

In 1995 trouwde ik met Inge, we woonden ruim een jaar in Nunspeet en daarna in Utrecht. Daar is onze dochter Sofie in 1998 geboren. Op 30 april 2000 werd ik bevestigd als predikant van de hervormde gemeente Gouderak. Door de roep van deze gemeente hoorde ik de stem van God om als voorganger te gaan werken. Gouderak was en is mijn eerste liefde. Een kleine gemeente die elkaar erbij houdt en gericht is op elkaar en op het Woord van God. In Gouderak zijn Iris (2000) en Margot (2003) geboren. Na vier jaar kwam er de roep van God vanuit Twente. Daar heb ik zes jaar als predikant mogen werken in een echte volkskerk in Wierden en het mooie Hooge Hexel. In 2009 kwam onze zoon Thijs daar ter wereld. In 2010 zijn we verhuisd naar Huizen in ‘t Gooi. Een dorp met een mooie historie en een brede levende gemeente.

 

En dan nu Papendrecht. Met één been in de stad Rotterdam en met het andere been in de Alblasserwaard. Dat spreekt me aan. Hoe kunnen we het waardevolle van de gereformeerde traditie als een geweldige manier waarop God heeft gewerkt en nog werkt in ons midden vormgeven in deze tijd? Dat zie ik als een belangrijke taak, om daarin de gemeente te helpen en te begeleiden. Samen zoeken hoe we in deze tijd Gods werk kunnen zien, Zijn stem kunnen verstaan en gehoorzamen en kunnen leven van Zijn genade. Hoe kunnen we in deze tijd de dingen die altijd zo belangrijk zijn geweest vorm geven: de stem van God in de prediking, de dienst aan God in de kerk en daarbuiten? Als christelijke gemeente zien we uit naar en wachten we op Zijn toekomst. We hebben hoop voor deze wereld. Daar lever ik graag mijn bijdrage aan: met vreugde werken in Zijn Koninkrijk.